homepage WP.JPG

Tucht

De tuchtcommissie is een onafhankelijk orgaan binnen de vereniging. De tuchtcommissie is een reactief orgaan. Dit betekent dat de commissie slechts in actie komt nadat een zaak aanhangig is gemaakt, of wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De signalering hiervan vindt plaats bij (onder andere) het bestuur.

De tuchtcommissie is verantwoordelijk voor het aanspreken van hockeyleden, trainers en coaches die zich in of buiten het veld onwaardig hebben gedragen. Dit kan bijvoorbeeld zijn het krijgen van rode of gele kaarten, ruzies en andere misdragingen op en om het veld, diefstal en intimidatie. De tuchtcommissie baseert zich altijd op het tuchtreglement en de procedure van behandeling (zie bijlage 1 en 2).

Leden Tuchtcommissie                                                                        
De tuchtcommissie bestaat op dit moment uit drie leden. Dit zijn twee ouders van jeugdleden en een seniorenlid. De tuchtcommissie heeft de voorkeur om uit te breiden met een extra seniorenlid, om de verdeling en kennis in de commissie gelijk te houden. Op dit moment bestaat de commissie uit de volgende leden:

- Paul Veerman – voorzitter
- Sanne Redeker – secretaris
- Hans Rosenberg – lid
- Vacature - lid

Indienen van een zaak
Hoe een zaak aanhangig kan worden gemaakt is terug te vinden in artikel 3 van het tuchtreglement. De meeste zaken zullen door het bestuur aan de commissie worden aangedragen, maar het staat alle leden, trainers, ouders en anderen vrij om een zaak bij de tuchtcommissie aanhangig te maken. Het aanhangig maken van een tuchtzaak kan door te mailen naar [email protected].

De commissie beslist zelf of zij een zaak al dan niet in behandeling neemt. Het bestuur heeft hier geen invloed op.

Wanneer kan een zaak worden ingediend?
Het bestuur, of een van de anderen genoemd in artikel 3 lid 2 van het tuchtreglement, kan een zaak aanhangig maken indien (artikel 3 lid 1):

a.     een lid door een scheidsrechter in een wedstrijd definitief uit het veld is gestuurd;
b.     een lid in één seizoen drie, vijf, of meer keren tijdelijk uit het veld is gestuurd wegens het krijgen van een gele kaart;
c.     een lid wangedrag vertoont op het terrein van de vereniging;
d.     het bestuur redenen heeft aan te nemen dat het lid/de groepering van leden in strijd heeft/hebben gehandeld met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond.
 
Zoals hierboven reeds is aangegeven handelt de tuchtcommissie niet zelfstandig indien aan een van bovenstaande voorwaarden is voldaan. Het bestuur, of een ander, dient de zaak bij de tuchtcommissie aanhangig te maken.

Behandeling van een zaak door de tuchtcommissie
Het staat de commissie vrij om zelf te bepalen hoe zij een tuchtzaak behandelen. Wel zijn er een aantal regels afgesproken, om vooraf helderheid te bieden aan alle betrokken partijen.

De tuchtcommissie zal, indien de zaak door de commissie ontvankelijk wordt verklaard, de betrokkene(n) altijd uitnodigen om op een zitting gehoord te worden. Dit gebeurt in principe niet in de openbaarheid. Indien nodig zullen ook anderen worden gehoord of zal vooraf bij anderen om inlichtingen worden gevraagd. Direct na de zitting zal de commissie beraadslagen en de uitspraak binnen veertien dagen aan de betrokkenen versturen. Ook het bestuur wordt van de uitspraak op de hoogte gebracht.

De tuchtcommissie streeft naar een informele, maar constructieve behandeling van de zaak. De zitting van de tuchtcommissie moet daarom niet worden gezien als formele gerechtelijke procedure, maar meer als ‘een goed gesprek’.

Mogelijke straffen die opgelegd kunnen worden 
De tuchtcommissie kan aan een lid of groepering van leden de volgende straffen opleggen:
a.     berisping;
b.     een geldboete;
c.     een speelverbod of verbod tot begeleiden vanaf de teambank voor een of meer competitiewedstrijden dan wel vriendschappelijke wedstrijden en/of toernooien, al dan niet voorwaardelijk;
d.     ontzegging van de toegang tot het terrein van de vereniging voor een bepaalde periode;
e.     een alternatieve straf naar inzicht van de tuchtcommissie ter (gedeeltelijke) vervanging van de opgelegde geldboete en/of het speel-/begeleidingsverbod. Indien de alternatieve straf door toedoen van het betreffende lid/de betreffende groepering van leden niet ten uitvoer wordt gebracht, worden alsnog de (volledige) straffen als onder a t/m d van kracht;
f.      een combinatie van straffen als beschreven onder a t/m e.

Ook kan de commissie besluiten de zaak af te doen zonder een straf op te leggen. Tenslotte kan de commissie besluiten om in afwachting van de behandeling van een zaak, met onmiddellijke ingang een straf op te leggen. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt wanneer de tuchtcommissie zich gezien de ernst van de zaak genoodzaakt ziet.

Verschil tussen tucht en sportiviteit & respect
De tuchtcommissie is een onafhankelijk orgaan, verantwoordelijk voor wangedrag op en rondom het veld. De commissie/commissaris Sportiviteit en respect dient er juist voor te zorgen dat dit wangedrag niet op Westerpark voor komt. De commissaris Sportiviteit & respect kan wel dienen als voorportaal van de tuchtcommissie door onsportief gedrag te signaleren en met betrokkenen in gesprek te gaan.

Tenslotte is de tuchtcommissie niet een orgaan wat ingesteld is om angst in te boezemen of een afschrikwekkende functie moet hebben. Wanneer sprake is van onsportief gedrag, maar niet is voldaan aan de voorwaarden voor het aanhangig maken van een zaak, is de tuchtcommissie niet het orgaan wat ingeschakeld dient te worden. Uiteraard kan altijd contact worden gezocht met de tuchtcommissie om een zaak te bespreken en te bepalen of aanhangig maken zinvol kan zijn.

Bijlage 1: Tuchtreglement
Bijlage 2: Procedure behandeling zaak tuchtcommissie 

BIJLAGE 1
TUCHTREGLEMENT A.M.H.C. Westerpark

Definities
In dit tuchtreglement wordt verstaan onder:
a.     "bestuur",  het bestuur van A.M.H.C. Westerpark;
b.     "vereniging”, A.M.H.C. Westerpark, gevestigd te Amsterdam.

Artikel 1. Toepasselijkheid tuchtreglement
1.     De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op:
a)     de leden van de vereniging;
b)     personen die zich aan de statuten, reglementen en besluiten van de vereniging hebben onderworpen;
c)     personen die binnen de vereniging als (betaald) medewerker, begeleider of functionaris werkzaamheden verricht of als vrijwilliger taken vervullen.

2.     Waar in dit reglement wordt gesproken van "leden", worden de in lid 1 sub b en c genoemde personen hieronder mede verstaan.

Artikel 2. Samenstelling tuchtcommissie
1.     De tuchtcommissie bestaat uit ten minste drie leden, onder wie een voorzitter.
2.     De leden van de tuchtcommissie worden benoemd door het bestuur voor een periode van drie jaar. Herbenoeming van een lid van de tuchtcommissie is mogelijk.
3.     De leden van de tuchtcommissie behoeven geen lid te zijn van de vereniging.
4.     Bij ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door het lid dat het langst in de tuchtcommissie zitting heeft. Bij gelijke zittingsduur gaat het oudste lid in leeftijd voor.

Artikel 3. Aanhangig maken tuchtprocedure

2.     Een tuchtprocedure op grond van vermeend handelen in strijd met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond kan door het bestuur van de vereniging tegen een lid/een groepering van leden van de vereniging aanhangig gemaakt worden bij de tuchtcommissie van de vereniging indien:
a.     een lid door een scheidsrechter in een wedstrijd definitief uit het veld is gestuurd;
b.     een lid in één seizoen drie, vijf, of meer keren tijdelijk uit het veld is gestuurd wegens het krijgen van een gele kaart;
c.     een lid wangedrag vertoont op het terrein van de vereniging;
d.     het bestuur redenen heeft aan te nemen dat het lid/de groepering van leden in strijd heeft/hebben gehandeld met de statuten en/of reglementen van de vereniging en/of de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond.

3.     Een tuchtprocedure kan tevens aanhangig gemaakt worden door:
a.     een lid of groepering van leden van A.M.H.C. Westerpark;
b.     commissies van A.M.H.C. Westerpark;
c.     besturen van alle bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond aangesloten verenigingen;

4.     Een tuchtprocedure dient door het bestuur schriftelijk aanhangig te worden gemaakt bij de tuchtcommissie. Het schriftelijk stuk omvat tenminste:
a.     de naam, voorletter(s) en geboortedatum van het lid/een groepering van leden tegen wie een tuchtzaak aanhangig wordt gemaakt;
b.     een omschrijving van het gewraakte handelen/nalaten met opgave van datum en plaats;
c.     de namen van eventuele getuigen;
d.     andere van belang zijnde gegevens en inlichtingen.
5.     Indien een jeugdlid een tuchtprocedure aanhangig maakt, dient te allen tijde de ouder cq. verzorger mede te tekenen.
 

Artikel 4. Wijze van behandeling door tuchtcommissie
1.     De tuchtcommissie regelt de wijze van behandeling van de zaak zelf.
2.     De tuchtcommissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting.
3.     De tuchtcommissie behandelt de zaak zo veel mogelijk met al haar leden. De tuchtcommissie is evenwel bevoegd een zaak met minimaal twee leden te behandelen.
4.     De tuchtcommissie hoort het betrokken lid waartegen de tuchtzaak aanhangig is gemaakt.
5.     Indien het betrokken lid geen gehoor geeft aan een uitnodiging van de tuchtcommissie is de tuchtcommissie bevoegd een zaak schriftelijk af te doen.
6.     De zittingen van de tuchtcommissie zijn in beginsel niet openbaar.

Artikel 5. Het horen van leden door de tuchtcommissie
1.     De tuchtcommissie is bevoegd leden en niet-leden te horen en/of te raadplegen.
2.     Leden zijn verplicht de tuchtcommissie alle inlichtingen te verstrekken en hun medewerking te verlenen aan de werkzaamheden van de tuchtcommissie.
3.     Minderjarige leden zijn toegestaan zich te laten vergezellen door hun ouders/verzorgers.

Artikel 6. Sepot
De tuchtcommissie is bevoegd een aanhangig gemaakte zaak te seponeren, indien naar het oordeel van de tuchtcommissie het tijdsverloop tussen het gewraakte handelen en het aanhangig maken van de zaak, mede gezien de aard van de zaak, te groot is, of om andere naar haar oordeel gewichtige redenen.

Artikel 7. Beraadslaging en uitspraak
1.     De beraadslaging over de zaak geschiedt terstond na sluiting van de behandeling. 
2.     De beraadslaging vindt niet in het openbaar plaats.
3.     De tuchtcommissie baseert haar uitspraak op de stukken en verklaringen die op de zaak betrekking hebben en waarvan het betreffende lid/de betreffende groepering van leden kennis heeft genomen of kennis heeft kunnen nemen.
4.     Indien de tuchtcommissie van oordeel is dat de betrokkene geen straf dient te worden opgelegd, spreekt zij de betrokkene vrij.

Artikel 8. Straffen
1.     De tuchtcommissie is bevoegd de zaak zonder strafoplegging af te doen.
2.     De tuchtcommissie kan aan een lid of groepering van leden de volgende straffen opleggen:
a.     berisping;
b.     een geldboete;
c.     een speelverbod of verbod tot begeleiden vanaf de teambank voor een of meer competitiewedstrijden dan wel vriendschappelijke wedstrijden en/of toernooien, al dan niet voorwaardelijk;
d.     ontzegging van de toegang tot het terrein van de vereniging voor een bepaalde periode;
e.     een alternatieve straf naar inzicht van de tuchtcommissie ter (gedeeltelijke) vervanging van de opgelegde geldboete en/of het speel-/begeleidingsverbod. Indien de alternatieve straf door toedoen van het betreffende lid/de betreffende groepering van leden niet ten uitvoer wordt gebracht, worden alsnog de (volledige) straffen als onder a t/m d van kracht;
f.      een combinatie van straffen als beschreven onder a t/m e.

3.     Een opgelegde straf wordt met onmiddellijke ingang van kracht.

4.     De tuchtcommissie is bevoegd, zodra een zaak te harer kennis is gebracht en in afwachting van de behandeling daarvan, met onmiddellijke ingang een straf op te leggen, indien daartoe naar het oordeel van de tuchtcommissie gezien de ernst van de zaak aanleiding bestaat.

5.     De tuchtcommissie kan een lid dat in haar ogen daarvoor in aanmerking komt bij het bestuur voordragen voor ontzetting uit het lidmaatschap.

 Artikel 9. Kennisgeving uitspraak

1.     De tuchtcommissie brengt haar uitspraak zo spoedig mogelijk schriftelijk of langs elektronische weg ter kennis van het betreffende lid/de betreffende groepering van leden en het bestuur van de vereniging.
2.     De tuchtcommissie kan besluiten dat haar uitspraak gepubliceerd wordt in het officieel orgaan van de vereniging. Het bestuur is verplicht deze uitspraak te publiceren.


Artikel 10. Beroep

1.     Beroep tegen de uitspraak van de tuchtcommissie staat open bij het bestuur, binnen 14 dagen na dagtekening van de uitspraak van de tuchtcommissie;

2.     Beroep schort de tenuitvoerlegging van de straf niet op, tenzij de tuchtcommissie anders besluit.

3.     Het bestuur beoordeelt het beroep binnen 14 dagen nadat het is aangetekend. Het bestuur beoordeelt in het beroep uitsluitend of de tuchtcommissie in redelijkheid tot de betwiste uitspraak heeft kunnen komen.

4.     De uitspraak van het bestuur kan uitsluitend zijn:

a.     vernietiging van de uitspraak van de tuchtcommissie. De tuchtcommissie zal alsdan, met inachtneming van de uitspraak van het bestuur, de zaak opnieuw beoordelen;

b.     bekrachtiging van de uitspraak van de tuchtcommissie.

5.     Het bestuur kan beslissen het beroep schriftelijk af te doen.

6.     Het bestuur is bevoegd een beroepscommissie in te stellen, die het bestuur adviseert bij een beroep op een uitspraak. Het bestuur neemt in beginsel het advies over.


Artikel 11. Tenuitvoerlegging straffen

De controle op en de feitelijke tenuitvoerlegging van opgelegde straffen berusten volledig bij het bestuur.                 

 

Dit tuchtreglement is vastgesteld door de algemene vergadering d.d. 16 november 2015 en per 16 november 2015 in werking getreden.


 

Bijlage 2. Procedure behandeling zaak tuchtcommissie

Artikel  1

Wanneer een klacht bij de tuchtcommissie binnen komt zal het bestuur hierover worden ingelicht, tenzij anders beoordeelt door de tuchtcommissie. Indien nodig zal ook de vertrouwenscontactpersoon worden ingelicht.

Artikel 2

1. De tuchtcommissie bepaalt de datum waarop de zaak behandelt wordt. Er wordt schriftelijk of via de elektronische weg een uitnodiging voor de behandeling verstuurd naar het betrokken lid, de betrokken groepering van leden en de klager.

2. Betrokkenen kunnen tot twee dagen voor de behandeling van de zaak schriftelijk of via de elektronische weg stukken indienen.

3. Op de behandeling zal beperkte spreektijd zijn voor alle betrokkenen.

Artikel 3

De tuchtcommissie zal de zaak ter plekke behandelen en de beraadslaging zal terstond plaatsvinden.

Artikel  4

1. De tuchtcommissie doet binnen veertien dagen na behandeling uitspraak.

2. De uitspraak zal schriftelijk of via de elektronische weg worden verstuurd aan de beklaagde, de klager en het bestuur.

Artikel  5

Het openbaar maken van een uitspraak gebeurt naar inzicht van de commissie

Artikel 6

Wanneer in een geding de onafhankelijkheid van een van de leden van de tuchtcommissie niet langer is gewaarborgd ontrekt deze zich van de behandeling van deze zaak.